Duits heeft van oudsher een prominente plek op Nederlandse scholen. Toch staat de positie van het vak Duits op Nederlandse scholen toenemend onder druk. Steeds minder Nederlanders leren nog Duits op school. Maar hoe zit het nou precies met het vak Duits op school? Welke scholieren krijgen wel Duits en welke niet? Wat zijn de trends en ontwikkelingen rondom het vak Duits? Naast onderstaande data doet de Actiegroep Duits ook onderzoek naar dit onderwerp. Lees meer over het Schoolleidersonderzoek in 2015, het onderzoek naar het imago van Duits in 2010 (Belevingsonderzoek) en het Belevingsonderzoek 2017 en een overzicht van het aantal eindexamens in het vak Duits (Zahl der schulischen Abschlussexamen im Fach Deutsch im Vergleich zu den anderen modernen Schulfremdsprachen in den Niederlanden von 2000 bis 2016).

Duits in het Voortgezet Onderwijs

Was Duits voor de Tweede Wereldoorlog nog vaak de belangrijkste vreemde taal op school, na de oorlog is die positie van het vak door verschillende onderwijshervormingen, van de Mammoetwet (1968) tot de invoering van vmbo en het studiehuis (eind jaren ’90) steeds verder ingeperkt.

Op het vmbo is de positie van het vak Duits het zwakst. In de onderbouw kunnen scholen kiezen Duits of Frans als tweede vreemde taal aan te bieden. Het komt dus voor dat vmbo-scholieren helemaal geen Duits meer krijgen op school. In de bovenbouw is de situatie niet veel beter. Van de vier sectoren waaruit vmbo-scholieren in de bovenbouw moeten kiezen, is er maar één waar scholen verplicht Duits als keuzevak moeten aanbieden: de sector economie. In de andere drie sectoren bestaat deze verplichting niet.

Op de havo en het vwo is de positie van het Duits iets sterker. In de basisvorming krijgen de leerlingen in principe het vak Duits in de tweede en derde klas. Scholen hebben echter de mogelijkheid Duits door een andere vreemde taal zoals Spaans te vervangen. In de bovenbouw verschilt de situatie tussen de havo en het vwo. Vwo’ers moeten naast Engels verplicht een tweede vreemde taal kiezen. Voor gymnasiasten is dit echter een klassieke taal. Op de havo geldt de verplichting tot een tweede vreemde taal niet. Naast verplichte vakken kiezen leerlingen een profiel. Twee van de profielen, cultuur & maatschappij en economie & maatschappij bieden de mogelijkheid binnen het profiel een vreemde taal te kiezen. Alleen bij het profiel cultuur & maatschappij zijn Duits of Frans verplicht. Traditioneel kiezen echter maar weinig leerlingen voor dit ‘talenprofiel’.

In internationale vergelijking staat het schoolonderwijs Duits er niet slecht voor. In de EU-landen kregen in de bovenbouw gemiddeld 17% van de leerlingen Duits in 2016. In Nederland zijn dat 41%. Alleen in Slovenië (65%), Croatië (64%), Tsjechië (60%), Slowakije (58%), Polen (47%) en Hongarije (46%) zijn dat meer leerlingen.

Duits in het Middelbaar Beroepsonderwijs

In het mbo, vooral in de economische en administratieve opleidingen, namen vreemde talen, in het bijzonder Engels en Duits, een belangrijke plaats in. Dit veranderde in 1997 met de concentratie van beroepsopleidingen in ROC’s (Regionale Opleidingscentra). Sinds 2012 zijn ingrijpende veranderingen van de kwalificatiedossiers doorgevoerd. Een onbedoeld slachtoffer van deze vernieuwingen was het vak Duits: omdat Engels officieel de verplichte en voor de meeste beroepsrichtingen enige vreemde taal voor alle hogere beroepsopleidingen werd, verdween Duits voor veel studenten uit het curriculum. Na protesten van beleidsmakers en docenten uit het grensgebied bestaat sinds 2013 een sterke lobby voor Duits in het beroepsonderwijs, die ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft bereikt. In 2014 hebben zowel het ministerie van OCW als het ministerie van Economische Zaken (EZ) subsidies toegekend die de ontwikkeling van onderwijsmodellen en beroepsgericht lesmateriaal voor keuzedelen Duits mogelijk maken, zodat deze optie voor mbo-studenten behouden blijft.

Die ontwikkeling werd door de Stichting Duits in de Beroepscontext aangegrepen om keuzedelen te maken: opleidingsmodulen Duits die geënt zijn op de beroepspraktijk. In 2017 kwam het “Goethe-Siegel” erbij, een taalexamen van het Goethe-Institut speciaal voor het mbo in Nederland. Op dit moment hebben zich 14 ROC’s aangemeld voor de Goethe-examinering.

Duits in het Primair Onderwijs

Het is voor basisscholen inmiddels mogelijk al vanaf groep 1 vreemde talen aan te bieden. Sinds 2015 mogen basisscholen bovendien 15 procent van hun lessen in een andere taal aanbieden. Beide regelingen gelden ook voor Duits, maar de overgrote meerderheid van de scholen kiest voor Engels. Wel zijn er inmiddels 83 basisscholen die vroeg vreemdetalenonderwijs Duits aanbieden. De meeste van deze scholen liggen in de grensstreek. Meestal gaat het dan om één lesuur in de week. De meeste scholen beginnen hiermee in groep 5, maar dit kan ook in groep 1 of groep 7 zijn.  

Feiten en cijfers

Een blik op de aantallen Nederlandse leerlingen dat Duits volgt, geeft een goed overzicht van de ontwikkeling van het vak in de afgelopen 20 jaar. Na een daling van het aantal scholieren met het vak Duits in vmbo, havo en vwo tot 2010, is de laatste jaren weer een lichte toename te zijn, maar dit is conform de algehele stijging van het aantal leerlingen in Nederland.

 

Deze recente positieve tendens is ook goed zichtbaar bij het aantal leerlingen dat eindexamen in het vak Duits doet. Sinds 2013 is het aantal examenleerlingen op het vwo gestegen, bij vmbo en havo is dit enigszins stabiel.

Op universiteiten studeren steeds minder studenten het vak Duitse taal en cultuur. Na een relatief hoge instroom in het (voetbal)jaar 2016 van 112 nieuwe studenten, daalt het aantal continue, met een dieptepunt in 2017 van maar 54 eerstejaars studenten in heel Nederland. Behalve Engels kampen echter alle vreemde talen aan de universiteit met een geringe instroom van studenten; Duits is wat dat betreft geen uitzondering. We zien hierin het gevolg van een samenvoeging van de talenmasters tot brede talenmasters in de jaren 2011 en 2012. Er studeren op dit moment 212 studenten Duitse taal en cultuur in Nederland.

Als we kijken naar de lerarenopleidingen Duits, zien we een stevige aanwas van 2egraads docenten via de hogescholen. Elk jaar behalen zo een 100 studenten hun lerarenbevoegdheid 2e graads. Bij de 1e graads opleidingen aan hogescholen is wel een daling te constateren, maar zijn er in 2018 nog 40 diploma’s behaald. Het kleinste aantal afgestudeerden leveren de academische lerarenopleidingen af. Het aantal gediplomeerden schommelt hier de laatste jaren tussen de 11 en 26.

 

 

Zorgen over Duits

De verslechterde positie van het Duits in het Nederlandse onderwijs heeft intussen ook de aandacht van de Nederlandse politiek en het bedrijfsleven. Vooral de laatste groep hamert regelmatig op het belang van een betere beheersing van het Duits van Nederlanders. Wie zaken wil doen met Duitsers slaagt hier beter in als hij Duits spreekt. Aangezien Duitsland verreweg de grootste handelspartner van Nederland is, is er dus een evident belang om Duits te leren. De discrepantie tussen de behoefte aan mensen die Duits kennen en het aantal Nederlanders dat Duits op school leert is goed zichtbaar bij cursussen Duits voor volwassenen. Het aantal deelnemers aan dit soort cursussen, bijvoorbeeld die van het Goethe-Institut Niederlande, is de afgelopen jaren sterk gestegen. In de meeste gevallen betreft het hier werknemers die op eigen kosten of in opdracht van hun leidinggevende hun Duits willen verbeteren. Dit wijst erop dat het aanbod van Duits in het voortgezet onderwijs niet overeenkomt met de vraag op de arbeidsmarkt.

De zorgen over Duits worden nog versterkt door een (dreigend) tekort aan leraren Duits. Door het lage aantal studenten Duits worden er te weinig leraren opgeleid. Vooral aan eerstegraads leraren is inmiddels al een groot tekort. Het is te vrezen dat een tekort aan leraren Duits er op den duur toe leidt dat scholen het vak Duits niet meer kunnen aanbieden. Duitslandweb besteedde eerder al aandacht aan dit probleem.

Curriculum.nu

De op handen zijnde curriculumherziening van het Primair en Voortgezet Onderwijs onder de noemer curriculum.nu volgt de Actiegroep Duits met zorgen. Het Ontwikkelteam ‘Engels en moderne vreemde talen’ heeft zich nog niet duidelijk voor een bijzondere positie van de buurtaal Duits uitgesproken naast Engels. De vraag is dan ook hoe dit vak uiteindelijk gepositioneerd zal worden, nadat minister Slob zijn reactie hierop in het najaar van 2019 heeft gegeven. Rekening houdend met een tekort aan beschikbare docenten Duits moet worden gevreesd dat scholen ervoor kiezen minder uren of helemaal geen Duits meer aan te bieden. In deze vicieuze cirkel kan het vak Duits onbedoeld en ongewild ernstig in gedrang komen.            

Terwijl de curriculumherziening juist een kans biedt om gerichte keuzes te maken ten aanzien van de talen in ons land. Dit is ook in lijn met de KNAW verkenning ‘Talen voor Nederland’ (2018). Volgens dit onderzoek moet de dominantie van het Engels tegengegaan worden voor de achtergrond dat talige competenties naast het Engels essentieel zijn voor samenwerking tussen academische en culturele instellingen, handel en economie, diplomatie en internationale organisaties of veiligheid en defensie. De talen Engels, Duits en Frans zijn op dit moment de nuttigste voor de handel en economie. Zeker voor het midden- en kleinbedrijf vormen de onmiddellijke buurlanden de grootste afzetmarkt, Duitsland in het bijzonder. Als scholen kinderen moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt, zou Duits dus een bijzondere rol moeten toekomen.

Meer informatie

Meer informatie over dit onderwerp vindt u op de website van het Haus der Niederlande in Münster (in het Duits). Daarnaast kunt u lezen over diverse onderzoeken over dit onderwerp van de Actiegroep Duits en de afdeling Voortgezet Onderwijs van het Duitsland Instituut via onderstaande links.